Het volgende meditatief komt uit de eerste familiekrant uit 1999, en is toen aangeleverd door ome Henk uit De Meern.

Bij het schrijven van dit stukje voor onze familiekrant dacht ik aan een tekst uit prediker, n.l vers 8 van het achtste hoofdstuk: 'het einde ener zaak is beter dan haar begin'. Nu kan ik me voorstellen dat iemand denkt, wat heeft die tekst nu te maken met het uitgeven van een familiekrant. Dan denk je toch eerder aan een gezegde als: 'een goed begin is het halve werk'. Genoemde tekst is een wonderlijke spreuk van een overigens heel wijs man, Salomo. En je moet er eerst wel over nadenken. Want zoiets zeg je toch niet in veel gevallen. Enkele voorbeelden; Door ziekte moet je met het bedrijf stoppen, of als begrafenistekst. In deze situaties is deze tekst moeilijk toe te passen. Wanneer je er het woordje 'kwaad' tussen zou zetten, dan zou het beter passen. Het einde van een kwade (of verkeerde) zaak is beter dan haar begin. Maar dat is veel te simpel, zeker geen wijsheidsspreuk. Bij een kunstwerk kun je je wel zo'n uitspraak voorstellen. Je hoort iemand zeggen die naar het begin kijkt: 'wat moet dat worden?', 'Wacht maar af!' zegt de ander. Ja, in zo'n situatie gaat deze spreuk op. Of er wordt een huis gebouwd. De fundering is klaar en met het metselwerk wordt een begin gemaakt. Het is nog niet te zien hoe mooi het huis wordt. Je hoort het iemand zeggen die er naar kijkt: 'wat moet dit worden?' 'Wacht maar af!' zegt de ander. Ja, in zo'n situatie gaat deze spreuk op. In de familie Visscher komt iemand op het idee om een krant uit te geven. Bij de eerste voorbereidingen staat iemand toe te kijken. Je hoort het degene zeggen die staat toe te kijken: 'wat moet dat worden?' , 'Wacht maar af!' zegt de ander, tot de krant bij je in de bus valt. Ja, ook in deze situatie gaat de spreuk toch op. Het einde is soms beter dan het begin. Soms gaat het op, soms niet, tenminste als we dit leven waarnemen… Wanneer we deze spreuk lezen in het verband waarin het geschreven staat wordt het duidelijker. Salomo vraagt met name om geduld. Hij waarschuwt voor een al te snel oordeel. Men kan een zaak pas bekijken als het einde of doel bereikt is. Hoe kan een mens zich vergissen in wat hem waardevol toe lijkt. Verdrietige dingen bijvoorbeeld kunnen een mens geestelijk rijker en sterker maken. Een dwaas ergert zich, wil dingen snel naar zijn hand zetten, als het hem niet naar de zin gaat. Een wijze wacht met zijn oordeel af totdat het te overzien is. Het is een gedachte die je meer in de Bijbel tegenkomt. De dichter van Psalm 73 had veel levensvragen, totdat hij het einde van het mensenleven in zijn denken meenam… Als we de laatste woorden van psalm 73 steeds meer de onze maken zijn we een gelukkige familie.

Henk, (van tante Gé uit De Meern)

Meditatief van tante Gé uit Dalfsen.
Controle

Ik reed 60, terwijl op het bord 70 stond. Toch schrok ik even van de politiehand, die me naar de kant wees. Had ik verkeerd gekeken?
Bij het raampje werd vriendelijk naar 'de papieren' gevraagd - een praatje-alles oke - dan reden we weer. Wie uit z'n huis moet voor een controlebeurt in het ziekenhuis,bij de specialist, maakt zich zenuwachtig. Meer dan eens heb ik me afgevraagd: Is dat nu eigenlijk geen gebrek aan geloof?" Vooral overviel me die vraag, toen ik voor zo'n controle op reis zou, en we na het eten aan tafel uit de bijbel lazen:"Wees niet bevreesd, geloof alleen". Werd ik daarmee niet op m'n plaats, op m'n nummer gezet?
Of - was het als een directe bemoediging bedoeld? Tegen de controlerend chirurg zei ik: 'k Ben wel wat nerveus." Rustig antwoordde hij: "Hindert niet. Ik ben het dinsdag ook, als ik zelf voor controle moet!".
Ik dacht dat we er gewoon mee moesten rekenen, dat we, ook al kunnen we ons leven in Gods hand geven, altijd gewone mensen blijven, dat wil zeggen: kwetsbare, zwakke, kleine mensen. En in de tijd dat we thuis of overdag of in de nacht bezig zijn met de gedachte: "Over een week (of over een dag) is de controle", moeten we proberen rustig te blijven.
"Gemakkelijk gezegd", is misschien het weerwoord van iemand. En ik hoor nog meer: "Wie zegt van te voren, dat alles goed is?"-"Wie geeft je de zekerheid, dat je met een gunstig bericht weer naar huis kunt gaan?".
U hebt gelijk. Maar ik mag naast u zitten, om u wat te helpen. Luister dan even.
Uw "dokter-controleur" zoekt het beste voor u. Dus moeten we dankbaar zijn dat die hulp er is. Maar tegelijk is elke "controle" een sein, een teken, om uzelf af te vragen of echt bij u goed zit tegenover Hem, Die heel uw leven doorziet. "Here, Gij doorgrondt en kent mij."
God kijkt helemaal door me heen - al is het dan anders dan bij de rontgenfoto. Hij weet alle zwakke plekken. Maar … Hij heeft ook de beste medicijnen. Uw heelmeester wil Jezus zijn. En elke controle mag u opnieuw te binnen brengen, dat dit het beste voor een mens is: te weten, dat we naar lichaam en ziel het eigendom van deze Jezus zijn.
Alleen zo heeft het "zin" om tegen elkaar te zeggen: proberen rustig te blijven.

Uit: Naast u, door ds. Nawijn


Aangeleverd door Gé (Dalfsen)

Meditatief van ome Tijmen uit Warmenhuizen.

Wij leven in een jachtige wereld. Rondom ons zien wij veel ontwikkelingen waarbij wij ons vaak afvragen waar gaat dat heen. Wij als mensen kunnen ons daar zorgen over maken. Zorgen ook over de kinderen. Hoe gaan zij om met alles wat er op hen afkomt. Gaat hun leven over de "smalle" weg of kiezen zij de "brede" weg.

Daarom: ZOET OF ZOUT.

Dwalend door het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen zag ik iets opmerkelijks. Ik zou het overigens niet hebben opgemerkt als niet een vriendelijke gids mij er niet op gewezen had.
Zij stond stil bij een van de oude vissershuisjes die in dit museum zijn terechtgekomen, overgebracht uit diverse dorpen langs de kust van de Waddenzee en het IJsselmeer.
Kijk, zei ze , hier ziet u iets merkwaardigs. Dit huisje stond in een dorp dicht bij zee. Vroeger ving men zoveel mogelijk regenwater op. Vandaar al die schuine daken, met pannen bedekt. Maar soms was er een probleem als de wind uit de zee kwam en daardoor het regenwater enigszins zout. Dat zoute water kon men slecht gebruiken. Wat was nu de oplossing ? Men maakte een draaibare goot, die van binnenuit kon worden verzet. Het goede water werd opgevangen om te gebruiken in de keuken voor diverse zaken. Wanneer de wind echter vanuit zee kwam werd de goot zo gedraaid, dat het water in een aparte ton werd opgevangen en voor andere doeleinden gebruikt. Dus u begrijpt het al, het zoet goed bruikbare water werd op deze manier binnenshuis gehaald.
Zo is het eigenlijk met alles wat er in het leven op ons afkomt. Telkens moet je kiezen. Halen wij het wel of niet in huis ?
Wij kunnen niet voorkomen dat het regent. Wij kunnen niet voorkomen dat wij en onze kinderen overspoeld worden door allerlei verleidingen, aanbiedingen, uitdagingen.
Het gevaar is echter dat wij alles kritiekloos in ons opnemen en drinken wat ons wordt voorgeschoteld. Gelukkig hebben wij een gids , die ons wijst op een eenvoudige zuiveringsinstallatie. Wie die gids is ? Paulus.
Wat hij zegt ? Dit: "Toets alles en behoudt het goede." Toetsen waaraan ? Aan wat God zegt over goed en kwaad. Er wordt zoveel gezegd, zoveel beweerd. Slik het niet allemaal voor zoete koek!. Laten wij kieskeurig zijn. En zodra wij merken : het is niet goed, het smaakt niet zoet, het is zo zout als de zee - laten wij dan de regengoot naar buiten draaien en laat het kwaad niet binnenkomen.
Alleen het goede, laten wij dat opvangen, in onze ogen, in onze oren, in onze harten.
Dat, wat van God komt. Laten wij dat bewaren als een geschenk uit de hemel.

Oom Tijmen.

Meditatief van ome Gerard uit Balkbrug

De brillenman,

Ik moet hoognodig een nieuwe bril. Tja.., de glazen hè, die voldoen niet meer. Wat het precies is weet ik niet, maar ik zie het allemaal niet zo scherp meer.
Ik zie nog wel wat, maar 't is allemaal wat vaag en wazig voor mijn ogen. Ik kan de dingen tegenwoordig niet meer zo goed onderscheiden, ik zie soms niet eens het verschil meer tussen de ene en de andere mens.
Het wordt dus hoog tijd dat ik eens en nieuwe bril aanschaf.
'Wat vindt u van deze?', vraagt de man in de winkel. Ik pas de bril die mij wordt aangereikt. 'Zit niet slecht', zeg ik.
Ik kijk erdoor. Vreemd, het zal wel even moeten wennen, maar ik zie toch vreemde dingen. Portemonnees zie ik. Overal dikke portemonnees.
Beurzen, geldbeurzen. Bankbiljetten en muntstukken. En bankgebouwen, met uitnodigend openstaande deuren. Zelfs aan de bomen hangen bankbiljetten in plaats van bladeren.
'Wat is dit voor bril?', vraag ik verbaasd. Dit is het model 'Big money', meneer. Een veelgevraagde bril, mag ik wel zeggen. Echt iets heel bijzonders, zoals u wel ziet….Bevalt het u niet?
Ik zet de bril af. Ik geef toe: het is een aantrekkelijk model. Maar, mensen kun je er nauwelijks mee zien. Ik probeer graag een andere bril, zeg ik. 'Mag ik deze eens opzetten?' Ik pas een tweede.
'Prestige' heet dit model. Gelukkig, die is anders. Geen geld meer te zien. Maar wat is dit nu….? Met deze bril zie ik overal medailles. Gouden en zilveren en bronzen medailles, waar ik ook maar kijk.
En prijzenkasten vol met bekers, wimpels en vaantjes…..
Maar mensen zie ik er niet of nauwelijks door. Het zal wel aan mij liggen…. Probeer deze dan eens, dringt de verkoper aan. Ik zet de derde bril op m'n neus. Weer een heel ander type. 'Critique' heet dit model. Ha, en nu zie ik mensen. Eindelijk mensen, en ik zie ze scherp ook. En zwart. Kijk daar loopt mijn buurman, wat een vreselijke vent is dat toch eigenlijk. Eindelijk zie ik wat hij allemaal uitgevreten heeft, de smeerlap. Nooit geweten dat hij zó slecht was. En kijk daar, mijn collega. Tjonge nog aan toe zeg, ook al zo'n donker figuur, altijd maar chagrijnig, altijd maar zeuren en zwartgallig. Eindelijk zie ik eens hoe de mensen werkelijk zijn. Alleen, wat ziet de wereld er nu ineens dónker uit. Wat een waanzin om in zo'n wereld te leven! Wat een ellende om met zo'n bril door het leven te gaan. 'Nee, dank u' ik geloof dat toch niet het goede model voor mij is. Wacht, zegt de verkoper, en kijkt me veelbelovend aan. Hier heb ik misschien nog iets dat u wel bevalt. Beetje vreemde vorm, maar misschien juist voor u wel heel geschikt. Aardige naam draagt dit model. 'Con Amore'. Met liefde, betekent dat. De glazen lijken wel twee harten. Moet ik daarmee over straat? Eerst eens kijken of de glazen beter zijn. 'Nee maar, hoe is het mogelijk', wat een diepte, wat een natuurlijke kleuren. En scherp dat ik de mensen zie. En dat zonder enige vertekening of bijkleuring en ze zijn niet zwart, maar ook niet egaal wit; alles is heel genuanceerd, anders dan ik vermoedde dat de mensen zouden zijn. Fantastisch, deze bril! Doet u mij deze maar.
'Zoals u wilt' zegt de brillenman. Ik had het u gelijk wel kunnen zeggen, maar de meeste mensen geloven mij toch niet. Alleen met het hart kan men goed zien, meneer. Als de mensen dat toch eens geloofden… Hoeveel kost deze?, vraag ik aarzelend, bang dat deze bril wel erg duur, of onbetaalbaar, zou zijn. 'U boft', dit model is namelijk erg duur. Maar voor de liefhebber heeft iemand onlangs dit model hier aangeboden. Het is gratis. Kijkt u maar op het prijskaartje. Daar staat het zwart op wit: 'Reeds voor u betaald'. Zal ik er wel een doekje bij doen? U moet de glazen namelijk wel dagelijks even oppoetsen…… 'Graag' zeg ik. Met mijn nieuwe bril op loop ik blij naar buiten. Aardige man, die brillenman. Ik kijk nog even om. Zwaaiend staat hij achter de etalage. Pas nu zie ik zijn naam boven de ingang van de winkel staan. E.van Gelie, staat er.
En daaronder: 'Alleen met het hart kan men goed zien'.

Balkbrug,
Gerard.
Meditatief van ome Roelof uit Balkbrug.

Ben ik dat nu, die ….. !!!

Pas vroeg een collega aan mij: "Roelof, waar denk je aan als je bij een grote waterval staat ?", ik zeg: "Aan de karikatuurschets die van mij gemaakt is en de vorige keer voorop de familiekrant stond.", hij zegt: "Oh ja, wat leuk, maar waarom dan ?", ik zeg: "Heel simpel…, omdat ik daar áltijd aan denk." Het maakt inderdaad niet uit waar ik ben, op het voetbalveld, in de manege, op het werk, op de fiets, in de auto, in de kerk, of waar dan ook, altijd staat me dat beeld voor ogen: "ben ik dat nu, die … !" Die schets is gemaakt door Jesse Muylwijck, een karikatuurtekenaar, en het was een prijs die ik, met nog vele collega's, gewonnen heb bij een prijsvraag die door mijn werkgever was uitgeschreven. Die prijsvraag had iets met milieubewustzijn op je werkplek te maken. Nu levert een zelfportret van Rembrandt in de handel al gauw een slordige 1,7 miljoen gulden (€ 771.426,37) op. Maar ook het origineel van mijn karikatuurschets zal over ettelijke honderden jaren in het taxatie-programma 'boter op het hoofd van een visscher' (kortweg: 'boter bij de visch') ongetwijfeld astronomische bedragen op gaan leveren. Met de huidige inflatie zal de prijs van de prachtige lijst die erbij is geleverd - in de dan gangbare muntsoort waarvan nu nog geen wisselkoers bekend is - ongetwijfeld een getal zijn met vele nullen, hetzij voor dan wel achter de komma. Maar dat terzijde. Enige tijd geleden werd ik dus uitgenodigd om voor de karikatuurtekenaar te gaan poseren. En dat heeft diepe indruk op mij gemaakt. Nu weet ik ook wel, dat, als je een foto van jezelf terugziet je ook wel geneigd bent om te denken: "ben ik dat nu, die … !". Maar dit is nog veel anders. Een fototoestel neemt een foto en geeft daarbij gewoon weer wat erop dat moment in beeld is, en daarbij kunnen karaktertrekken zichtbaar zijn. Maar bij een karikatuurtekenaar wordt de karaktertrekken wat meer op de voorgrond gehaald, als het ware uitvergroot. Dat is natuurlijk leuk voor het portret, maar het is minder leuk voor jezelf ! "Waarom dan ?" zie ik u en jullie allemaal denken. Nou, als de tekening (met prachtige (!) lijst) gereed is, en je mag het voor de ogen van al je collega's openmaken, is je eerste reactie: "ben ik dat nu, die … !?", en vervolgens: "héé, Jesse, je hebt een fout gemaakt…, dat ben ik niet…, zeker wat portretjes door elkaar gehaald…, geeft niet hoor, dat overkomt iedereen wel eens …," en tot overmaat van ramp roepen al je collega's: "kom op, laat zien !", schuchter draai je de schets (prachtig ingelijst) om, en dan roepen ze in koor: "oooh, prachtig, en … PRECIES ZOALS JE BENT…, echt dat ben jij…, hoe zo'n tekenaar dat karakter weet uit te tekenen…, knap hoor…, nou die krijgt zeker een mooie plaats in huis, of niet soms ?!" Vanaf dat moment verandert je wereld. Het portret (met de prachtige lijst) heeft enige tijd bij ons in de schuur gestaan, muizen en ander ongedierte is daar nu dan in geen velden of wegen meer te bekennen. Maar sindsdien ben ikzelf toch wat meer in de schuur aanwezig, en als een ander het niet ziet kijk ik stiekem even naar de karikatuurschets van mijzelf. En, eerlijk is eerlijk, ik ben het toch gaan waarderen. Nee, niet om de afbeelding van mijzelf daarop. Daarvan mag je al blij zijn dat de spanwijdte van de oren nog redelijk binnen het kader van de voorpagina paste, en dat de verhouding van hoofd en alles wat daaronder zit meer het gehalte heeft van een Boeing 747-400 dan van een mens, en dat dit soort schetsen ook in de Donald Duck niet zou misstaan. Nee, ik ben het gaan waarderen om jezelf eens recht in de ogen te kijken: "ben ik dat nu, die …!". Je 'zelfbeeld' verandert daardoor toch. Ik vond dat ik het zelf niet was, en mijn collega's, maar ook thuis, zeggen allemaal dat het precies is zoals ik ben. Toch een wereld van verschil, of niet soms ? Je kende jezelf al wel vanuit jezelf, maar je vraagt je nooit af of je jezelf wel kent vanuit de ogen van een ander. En dat heb ik nu geleerd. Als je op de tekening een eigenwijs karaktertrekje (of, zoals u wilt, een Visschers-trekje) waarneemt, dan ben ik mij daar nu ook van bewust. Het karaktertrekje zal wel blijven maar je gaat er bewust, soms meer of minder eigenwijs, mee om. Overigens is dit karaktertrekje (eigenwijs) ook zeer positief uit te leggen, zoals: "kan zelf (=eigen) goed een melodie (=wijs) zingen.", of, "hij (=eigen) heeft zeer veel geleerd (=wijs(heid))". Maar dat (opnieuw) terwijde. En dan de moraal van dit verhaal: Ook God kijkt dagelijks naar ons, Hij ziet ons elke dag bezig in alles wat we doen. In onze handel (ook in ƒ, € en $) en onze wandel (inclusief vrijetijdsbesteding), in al ons doen (actief) en laten (passief), hoe we zijn tegenover Hem, en tegenover onze naaste. Daarbij willen we nog wel eens een aardig beeld van onszelf hebben, maar vragen we ons ook wel eens af hoe onze karikatuurschets voor Gods is ? Dat betekent jezelf kritisch beoordelen, jezelf ook geestelijk recht in de ogen durven te kijken, en dan kom je uit bij: schuldbesef en verootmoediging, maar ook bij genade en verlossing, en … daaruit voortkomende dankbaarheid (psalm 130) ! En die dankbaarheid mag je uitstralen naar deze wereld.
Laat dat maar een Visschers-trekje zijn !
Met vriendelijke groet,
Roelof
Balkbrug, 3 november 2001

Meditatief van ome Luuk.

Recent zag en hoorde ik een man, die veel reisde, vertellen over zijn inzichten. Een zaal vol mensen, allemaal gespannen afwachtend wat er komen zou. En daar zat hij, rustig en stil op dat podium. Vrolijke oogjes, vredig naar ons kijkend. Wat mij het meeste is bij gebleven is zijn verhaal over het Ego. De man vertelde over het Zelf en het Ego, alsof het over Jan Klaassen en Katrijn ging. Met zijn linker- en rechterhand als poppenkastpoppen. De ène heel rustig, in balans, stabiel. De andere hand pratend, dwingend, onrustig om de andere heen. Heel grappig was het (en confronterend!). Vooral als je er al luisterend achter komt dat het Ego helemaal niemand is, geen persoon, geen ding, het is gewoon verzonnen. Maar om een verzonnen iets toch een gezicht te geven, identificeren we het met uiterlijke dingen, zoals bezit, een mooie opleiding, een goede relatie, een carrière…….We verzinnen maar wat, maar we zijn dat niet. En zo kan het dus zijn dat je met iemand staat te praten die zichzelf een beetje heeft verzonnen. Of dat je dat zelf doet………………

"Je hoeft dit niet te geloven", zei de man, "maar er komt een moment dat je weet dat het waar is. Je weet het op z'n laatst, als je de dood voelt naderen, als alles van je wordt afgenomen. Alles wat je niet bent".
Fijn om te weten. Want we leven nog. Wat een uitdaging (of opdracht?) zal het zijn om ons bewust te worden van het spelletje dat het zelfverzonnen ego met ons speelt. Dan kunnen we rustig kijken naar agressie, drang om te winnen of elk ander gedrag dat ervoor zorgt dat we soms zo moeilijk met elkaar omgaan. Dan realiseren we ons: we zijn dat gedrag niet, we verzinnen het!
Of misschien is het nog beter om nu al afscheid te nemen van ons Ego en het te laten sterven voor de dood. Dan spelen we geen poppenkast meer. Dan blijft het Leven over!


De man in de put.

Een man was in een diepe put gevallen en ondanks verwoede pogingen lukte het hem niet om er uit de komen.
Confucius, een wijze leraar, kwam voorbij en zei: Mijn zoon, als je mijn lessen had gevolgd, zou je nu niet in die put zijn gevallen.
Dat weet ik, antwoordde de man, maar daar heb ik nu niets aan. Help mij, dan zal ik uw voorschriften nakomen. Maar Confucius vervolgde zijn weg en liet hem in wanhoop achter.

Toen keek Boeddha over de rand van de put. Hij kruiste zijn armen en zei: mijn zoon, als u alleen maar uw armen kruist, uw ogen sluit en in een toestand van volmaakte rust en onderwerping komt, zult u het Nirwana bereiken. Als u onverschillig bent tegenover alle uiterlijke omstandigheden vindt u de eeuwige rust. Verlos mij vader, zei de man, en ik zal doen wat u beveelt. Maar Boeddha draaide zich om en ging weg.

Met driftige stappen kwam vervolgens Mohammed dichterbij. Man, ga niet zo tekeer, riep hij. Je zit daar wel akelig. Ben je soms bang? Niet bang zijn. Het is de wil van Allah dat je in de put bent gevallen. Verzet je niet tegen zijn wil. Bedenk dat goed! Zeg slechts: Allah is groot en Mohammed is zijn profeet. Blijf die belijdenis uitspreken totdat je mond voor eeuwig gesloten wordt. En ook Mohammed redde de man niet.

Toen klonk er een andere stem: Mijn zoon! Toen hij omhoog keek, zag hij de Heere Jezus. Zijn gezicht straalde vol liefde en tederheid. Geen verwijt kwam over Zijn lippen. Meteen daalde Hij in de put af, sloeg Zijn armen om de man heen, tilde hem uit de put omhoog en zette hem op de grond. Hij trok hem zijn vuile kleren uit en kleedde hem met Zijn eigen kleed. Hij stilde zijn honger en zei tegen hem: Volg Mij en Ik zal je voortaan leiden en je voor vallen bewaren."


Bestaat God wel ?


Een man ging naar de kapper om zijn haar en baard te laten knippen. Ze begonnen te discussiëren en spraken over vele zaken. Al gauw kwamen ze bij de bekende vraag of God wel bestaat.
De kapper zei: "kijk, ik geloof niet dat God bestaat." "Waarom zeg je zoiets"? vroeg de man.
"Nou, iemand hoeft alleen maar naar de wereld te kijken en hij zal zien dat dat God niet bestaat. Als God echt bestaat, zouden daar dan zoveel zieke mensen zijn? Zouden daar zoveel gehandicapte kinderen zijn? Nee, als Hij echt bestond, zou er geen ellende zijn op de aarde. Ik kan me niet voorstellen dat een God dit allemaal kan toestaan. De man was even stil maar zei verder niets.
De kapper was inmiddels klaar en de man verliet de zaak. Onderweg naar huis zag hij een oude man op straat met een heel lang haar en ongetrimde baard. De man ging onmiddellijk weer terug naar de kapperszaak en zei tegen de kapper: "KAPPERS BESTAAN NIET!"
"Maar ik ben toch een kapper en ik sta hier vlak voor je," antwoordde de kapper. "NEE!" Schreeuwde de cliënt. "Kapper bestaan gewoon niet. Als zij echt bestonden, zouden er geen mensen meer rond lopen met lang haar en ongetrimde baarden op de wereld."
De kapper antwoordde: "Ach, wij kappers bestaan zeker wel. Het zijn gewoon de mensen die niet naar ons komen."
"Exact!" ging de man verder. "Dat is het hem nou juist. God bestaat ook zeer zeker wel.
Het zijn juist de mensen die niet naar Hem gaan en Hem niet opzoeken. En daarom is er zoveel ellende op de aarde.
Het volgende meditatief is aangeleverd door Marlieke Visscher.

Houd je van mij?

Op een dag was ik vroeg in de morgen wakker om de zonsopgang te bekijken. Ah, het beeldschone van Gods schepping is met geen pen te beschrijven. Terwijl ik naar de zonsopgang keek, loofde ik God voor Zijn Prachtige Werk. Toen begon God mij vragen te stellen. Hij stelde me de vraag: "Houd je van Mij?"
Ik antwoordde: "Natuurlijk houd ik van U? U bent mijn God, mijn Vader en mijn Verlosser" Toen vroeg Hij: "Als je lichamelijk gehandicapt zou zijn, zou je dan ook nog van mij houden?" Ik stond perplex. Ik keek omlaag naar mijn armen, mijn benen en de rest van mijn lichaam. Ik verwonderde me over hoeveel dingen ik niet meer zou kunnen doen. Dingen die ik als heel normaal ervaar. Ik antwoordde: "Het zou heel zwaar zijn, God, maar toch zou ik nog van U houden".
Toen vroeg God: "Als je blind zou zijn, zou je dan nog steeds van Mijn Schepping houden?" Hoe zou ik van iets kunnen houden zonder datgene te kunnen zien? Toen dacht ik aan alle blinde mensen op deze wereld en hoeveel van hen toch hielden van God en Zijn Schepping. Dus ik antwoordde: "Het is moeilijk om erover na te denken, maar toch zou ik nog van U houden".
Toen vroeg God: "Als je doof zou zijn, zou je nog steeds naar Mijn Woord luisteren?" Hoe zou ik naar iets kunnen luisteren als ik doof zou zijn? Toen begreep ik het. Luisteren naar Gods Woord betekent niet gewoon mijn oren gebruiken, maar ik moet luisteren met mij hart. Ik antwoordde: "Het zou zwaar zijn, maar toch zou ik nog naar Uw Woord luisteren".
Toen vroeg God: "Als je stom zou zijn, zou je dan nog steeds Mijn Naam prijzen?" Hoe zou ik God kunnen loven zonder stem? Toen begreep ik dat God wil dat ik zing met hart en ziel. Het maakt niet uit hoe het klinkt. En God loven hoeft niet altijd door te zingen. Maar ook al zit het tegen, ik geef God de eer met woorden van dank. Dus antwoordde ik: "Hoewel ik niet fysiek zou kunnen zingen, ik zou toch nog Uw Naam prijzen.
Toen vroeg God: "Houd je van mij?". Met veel moed en een sterke overtuiging antwoordde ik: "Ja God! Ik houd van U omdat U de Enige Echte God bent!". Ik dacht dat ik juist geantwoord had, maar God vroeg: "Waarom zondig je dan?" Ik antwoordde: "Dat doe ik omdat ik ook maar mens ben, ik ben niet perfect".
"Waarom dwaal je dan ver af als het goed met je gaat? Waarom bid je alleen of je leven er vanaf hangt als het slecht met je gaat?" Geen antwoord, alleen maar tranen. God ging verder, "Waarom zing je alleen maar op bijeenkomsten van de gemeente en andere evenementen? Waarom zoek je me alleen maar in de eredienst? Waarom vraag je alleen maar dingen voor jezelf? Waarom vraag je de dingen zo trouweloos?"
Mijn tranen rolden over mijn wangen. "Waarom schaam je je voor Mij? Waarom vertel je de mensen niet over Het Goede Nieuws? Waarom huil je bij anderen uit als het tegenzit, terwijl ik Mezelf aanbied om alles bij mij te brengen? Waarom verzin je allemaal uitwegen als Ik je de mogelijkheden bied om in Mijn Koninkrijk te dienen?
Ik probeerde te antwoorden, maar er is géén antwoord op te geven. "Jij bent gezegend met leven. Ik heb je niet gemaakt om dit geschenk zomaar weg te gooien. Ik heb je gezegend met talenten om Mij te dienen, maar je blijft je maar van me afkeren. Ik heb Mijn Woord aan jou gegeven, maar je doet niets met die kennis. Ik heb tot jou gesproken, maar je oren zaten dicht. Ik heb Mijn zegeningen aan je laten zien, maar je ogen waren er niet op gericht. Ik heb jou dienaars gezonden, maar je zat werkeloos toe te kijken toen zij werden weggestuurd. Ik heb je gebeden gehoord, en ik heb ze ook allemaal verhoord".
"Houd je echt van me?". Ik was niet in staat om te antwoorden. Hoe zou ik dat kunnen doen? Ik schaamde me voor mijn achtergebleven geloof. Ik had geen excuus. Wat zou ik kunnen antwoorden? Toen mijn hart het uitgeschreeuwd had en ik gehuild had antwoordde ik: "Wilt U mij vergeven? Ik ben het niet waard om een kind van U te zijn".
God antwoordde: "Dat is Genade Mijn kind". Ik vroeg Hem: "Maar waarom blijft U mij steeds maar weer vergeven?" God antwoordde: "Omdat jij door Mij gemaakt bent. Jij bent Mijn kind. Ik zal je nooit in de steek laten. Als je huilt, zal ik je troosten en huil met je mee. Als je juicht omdat je vrolijk bent, zal ik met je mee lachen. Als je het niet ziet zitten, zal Ik je bemoedigen. Als je valt, zal Ik je weer oprichten. Als je vermoeid bent, zal Ik je dragen. Ik zal bij je zijn tot het einde der dagen en Ik zal altijd van je houden".
Nooit heb ik zo hard gehuild. Hoe kon het dat ik zo koud gebleven was? Waarom heb ik God zoveel pijn gedaan? Ik vroeg God: "Hoeveel houdt U van mij?". God spreidde zijn armen uit en ik zag dat ze aan het kruis genageld waren. Ik boog neer aan de voeten van Jezus Christus, mijn Verlosser. En voor de eerste keer in mijn leven heb ik echt gebeden.

Balkbrug,
Marlieke.
De wereld anders gezien.

Indien men de wereld vergelijkt met een dorp van 100 inwoners, rekening houdende met alle bestaande volkeren, dan zou dit dorp bestaan uit :
57 Aziaten
21 Europeanen
14 Amerikanen (Noord en Zuid)
8 Afrikanen
52 vrouwen - 48 mannen
70 niet-blanken - 30 blanken
70 niet-christenen - 30 christenen
89 hetero's - 11 homo's
6 personen zouden 59% van de totale wereldrijkdom bezitten
6 personen zouden de VS-nationaliteit hebben
80 zouden dakloos zijn
70 zouden analfabeet zijn
50 zouden afhankelijk zijn van iemand anders
1 zou sterven 2 zouden geboren worden
1 zou een PC hebben
1 zou een diploma hebben


Wanneer men de wereld op deze manier bekijkt word het duidelijk dat begrip, aanvaarding en studies noodzakelijk zijn.
Indien je deze morgen bent wakker geworden en je bent niet ziek, dan ben je gelukkiger dan 1 miljoen mensen die in de komende dagen zullen sterven.
Indien je nooit oorlog, eenzaamheid, honger of het lijden van de gewonden hebt meegemaakt, dan ben je gelukkiger dan 500 miljoen mensen in de wereld.
Indien je naar de kerk kan gaan zonder je bedreigd te voelen, zonder gearresteerd te worden of zonder dat je gedood wordt, dan ben je gelukkiger dan 3 miljard mensen in de wereld.
Indien je eten in de koelkast hebt liggen, je gekleed bent, je een dak en een bed hebt, dan ben je rijker dan 75% van de inwoners van de wereld.
Indien je een bankrekening hebt, een beetje geld in je portefeuille of een beetje kleingeld in een doosje, dan hoor je bij de 8% rijkste mensen van de wereld.
Indien je dit kan lezen, dan ben je dubbel gezegend, want :

1. Iemand heeft aan jou gedacht
2. Je hoort niet bij de 2 miljard mensen die niet kunnen lezen.
En .. je hebt een PC!


Ooit heeft iemand gezegd :
* werk - alsof je geen geld nodig hebt,
* dans - alsof niemand naar je kijkt,
* zing - alsof niemand naar je luistert,
* heb lief - alsof niemand je ooit heeft gekwetst,
* leef - alsof het Paradijs hier, op aarde, was.